Van Object tot Stem: Etnografische collecties: registratie, waardering en dekolonisatie
door Hugo De Block, lid van de stuurgroep
Tijdens het participatief traject rond de Congolese collectie laat het museum zich adviseren door een stuurgroep van experten uit de musea-, erfgoed- en etnografiesector. Stuurgroeplid Hugo De Block licht toe waarom hij zich engageert voor dit traject.
Van onderstroom naar bovenstroom
Dekolonisatie is een buzzword! Sinds enkele decennia en dankzij activistische grassroots-stemmen, werden termen zoals ‘dekolonisatie van de publieke ruimte’, ‘dekolonisatie van schoolcurricula’ en ‘dekolonisatie van musea’ - en daarmee gepaard, restitutiedebatten! - hot topics, zowel in academische settings als in de samenleving.
Tegelijk wordt de term nu reeds gerecupereerd, door universiteiten, musea, en andere witte instellingen. Het is een beetje zoals het lot van de term ‘woke’, die voortkwam uit de onderbuik der ‘onderdrukten’, de zogenaamde ‘minderheden’, grassroots, bottom-up. Ondertussen is de term ‘woke’ eerder een scheldwoord geworden, de positieve connotatie ervan is allang verdwenen: het is nu, alweer, een onderdeel van de dominante bovenstroom in de samenleving in plaats van een verwijzing naar mensen die, welja, ‘wakker geworden waren’.
Luisteren naar lang genegeerde stemmen
Eindelijk wordt er geluisterd naar ervaringsdeskundigen, mensen die weten wat systemisch en structureel racisme is omdat ze het aan den lijve ondervinden. Eindelijk wordt er geluisterd naar de lang verdrukte stemmen die de geschiedenisboeken niet haalden. Maar de weerstand vanuit de witte wereld blijft groot. Ook dekolonisatie- en restitutiedebatten kaderen in deze context. Want ook musea en overheden hebben tegenwoordig de mond vol van restitutie, maar ook dat woord werd reeds gekaapt door de machthebbers in de witte wereld. Afrikaanse mensen willen meestal (maar niet altijd!) reparaties, in plaats van restituties: officiële excuses voor het gedane leed ten tijde van de kolonisatie, en herstelbetalingen. Dat wil daarom niet zeggen dat we vanuit musea en de academische wereld, dit werk moeten laten liggen.
Waarom herkomstonderzoek onmisbaar is
Herkomstonderzoek van etnografische collecties is een noodzaak, die veel te lang is blijven liggen, op de rekken, soms letterlijk. Materiële cultuur en kunst van Afrika, Azië, Oceanië en de Amerika’s die ‘verzameld’ werd in koloniale contexten van plundering, geweld, uitbuiting en extractie, worden al te dikwijls gekenmerkt door een gebrek aan herkomstgegevens. Het is misschien wel hun belangrijkste karakteristiek: als vermoedelijke roofkunst, werd net de aard van het ‘verzamelen’ – ruilen, verkopen, ontvangen als geschenk, maar dikwijls ook stelen – verzwegen. In het beste geval zijn er archieven, maar ook die zijn gekleurd – en witgewassen - door de witte blik.
De Belgische context: een complexe erfenis
De Belgische context biedt een vette kluif, niet in het minst als beheerder en bewaarder van grote collecties Congo, Rwanda en Burundi (de voormalige kolonie en mandaatgebieden). De grootste collectie ter wereld van materiële cultuur en kunst van Congo wordt beheerd en bewaard in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (AfricaMuseum) te Tervuren. Het museum beheert nog verschillende andere deelcollecties (Rwanda en Burundi, maar ook andere Afrikaanse origines en zelfs objecten uit Oceanië en de Amerika’s), maar het is de Congocollectie die primeert in de reserves van dit immense gebouw, dat gebouwd werd in opdracht van Koning Leopold II ter ere van ‘de succesvolle kolonisatie van Congo’. Andere gekende Afrikacollecties in België zijn ondergebracht in het MAS (Museum aan de Stroom) Antwerpen, in het GUM (Gents Universiteitsmuseum) aan de UGent, aan de KU Leuven en in Musée L aan de UC Louvain la Neuve,. Kleinere collecties zijn ook nog te vinden onder andere in het MusAfrica in Namur, dat recent heropende. Verschillende katholieke congregaties in België met een geschiedenis van missionering in Congo, Rwanda en Burundi, en andere delen van de wereld, bezitten soms ook nog opmerkelijke collecties. En soms duikt er een Congocollectie op waar je het niet persé verwacht, zoals in het Gentse Stadsmuseum Kina (voorheen Schoolmuseum Michel Thiery), dat zichzelf benoemt en profileert als ‘museum voor kind en natuur’.
Dat etnografische collecties verdeeld zijn geraakt, heeft te maken met het ‘handeltje’ tussen musea en met het idee dat musea ‘complete’ maar ook ‘representatieve’ collecties behoorden te hebben. Maar wat zijn complete collecties? En wat is een representatieve collectie? Over het algemeen werd met representatief bedoeld: een beetje van alles, van elk continent iets. Musea hadden ‘overstocks’ uit bepaalde regio’s (uit hun (ex-)kolonies), en misten dan weer objecten uit andere regio’s. Zo geraakte alles verdeeld.
En daarom is het belangrijk om ook de kleinere collecties, zoals degene die bewaard wordt in Kina, kenbaar te maken, te bevragen en te onderzoeken. Wie schonk haar of zijn etnografische collectie aan dit museum? Hoe zijn de andere – voornamelijk Congolese – objecten in het museum terecht gekomen? Hoe lang bestaat deze collectie, in haar totaliteit? En wat wordt er mee gedaan? En, nog veel belangrijker, wat zijn de plannen van het museum in de nabije toekomst met deze collectie? Wordt de broodnodige brug gemaakt met herkomst- en diasporagemeenschappen van Congolezen en Afrodescendenten, bijvoorbeeld, in Congo en België? En hoe zal dat dan gebeuren? En afhankelijk van de resultaten, wat zullen de uitkomsten zijn van een grondige blik op de etnografie in Kina, een eerste blik op deze tot nu toe zwaar onderbelichte collectie.
Meer info over het traject van Kina
Je vindt alle info over het traject op de projectpagina.
Daar kan je ook een emailadres achterlaten als je op de hoogte wil blijven of wil deelnemen aan de focusgroepen.